ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8912
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J. Agema
- P.G. Wijtsma
- M.H. Severein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van categoriebeleid Nuba uit Soedan
Eiser, afkomstig uit de Nuba-bevolkingsgroep in Soedan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000. Hij stelde dat hij vanwege zijn afkomst en persoonlijke omstandigheden in aanmerking kwam voor categoriale bescherming. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat eiser gedurende ten minste zes maanden probleemloos in het veilige noorden van Soedan had verbleven en geen gegronde vrees voor vervolging had.
De rechtbank overwoog dat de verklaringen van eiser over ontvoering en dienstweigering onvoldoende bewijs boden voor een reëel risico op vervolging of onmenselijke behandeling. Het beleid van verweerder, gebaseerd op ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken, werd als redelijk en zorgvuldig beoordeeld. De rechtbank erkende de ruime beoordelingsmarge van verweerder bij de beoordeling van de algehele situatie in Soedan.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet voldeed aan de criteria voor een verblijfsvergunning op grond van vluchtelingenstatus, humanitaire gronden of bijzondere hardheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.