ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8698
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Geeve
- Rechtspraak.nl
Geldboete voor overtreding arbeidstijdenwet door werkgever in wegvervoer
De economische politierechter van de rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 29 april 2003 een zaak waarin een werkgever werd verdacht van vier overtredingen van voorschriften uit het Arbeidstijdenbesluit vervoer, specifiek gericht op rij- en rusttijden van bestuurders in het wegvervoer. De werkgever werd aangesproken op grond van het fictieve daderschap, waarbij de werkgever aansprakelijk wordt gesteld voor de handelingen van zijn werknemer.
De verdediging voerde aan dat artikel 8:1 lid 2 van Pro het Arbeidstijdenbesluit vervoer onverbindend zou zijn omdat het niet bij of krachtens formele wet was vastgesteld. De rechtbank verwierp dit verweer en stelde dat de wetgever met de wetswijziging van 18 april 2002 een formele wettelijke basis had gegeven voor het fictieve daderschap, zodat handhaving van de rij- en rusttijdennormen gewaarborgd blijft.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de werkgever viermaal de voorschriften had overtreden en veroordeelde hem tot geldboetes van respectievelijk 550 euro en drie maal 880 euro. De strafmaat werd mede bepaald op basis van de ernst van de feiten en de draagkracht van de verdachte. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen die niet bewezen werden verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier geldboetes wegens overtreding van het Arbeidstijdenbesluit vervoer.