ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8287
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wijziging verblijfsdoel tijdens bezwaarprocedure vreemdelingenrecht
Eiser had aanvankelijk een verblijfsvergunning aangevraagd met als doel verblijf bij zijn vader, die op 4 april 1999 is overleden. Tijdens de bezwaarprocedure gaf eiser aan het verblijfsdoel te willen wijzigen naar verblijf bij partner of familieleden. De vraag was of deze wijziging in de lopende procedure meegenomen moest worden.
Verweerder stelde dat op grond van artikel 3.100 van het Vreemdelingenbesluit 2000 onmiddellijke werking geldt en dat een nieuwe aanvraag vereist is bij wijziging van het verblijfsdoel. De rechtbank overwoog dat voor de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 niet duidelijk was geregeld of een wijziging van het verblijfsdoel tijdens bezwaar mogelijk was, maar dat verweerder wel de vrijheid had om een vergunning onder andere beperkingen te verlenen.
De rechtbank vond dat de toetsing aan verweerders oordeel terughoudend moest zijn, mede vanwege organisatorische aspecten. Er was geen overschrijding van de grenzen van behoorlijk bestuur. Het beroep op het driejarenbeleid faalde omdat het oorspronkelijke verblijfsdoel niet meer aanwezig was. Ook was er geen schending van de hoorplicht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat wijziging van het verblijfsdoel niet in de lopende procedure wordt meegenomen en een nieuwe aanvraag vereist is.