ECLI:NL:RBSGR:2003:AF8283
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken verklaring van geen bezwaar bij schorsing voorlopige hechtenis
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, werd na schorsing van voorlopige hechtenis overgedragen aan de vreemdelingendienst en in bewaring gesteld met het oog op uitzetting. De rechtbank moest beoordelen of de bewaring rechtmatig was, waarbij de vraag centraal stond of er een verklaring van geen bezwaar van het openbaar ministerie was afgegeven, zoals vereist volgens hoofdstuk A4/3.1 onder 3 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
De verdediging stelde dat er geen zicht was op uitzetting omdat het openbaar ministerie geen verklaring van geen bezwaar had afgegeven. Verweerder stelde dat het openbaar ministerie in Amsterdam geen bezwaar heeft tegen bewaring en uitzetting tenzij expliciet anders aangegeven. De rechtbank overwoog dat deze gedragslijn alleen geldt bij strafvorderlijke heenzending, terwijl eiser onder voorwaarden uit voorlopige hechtenis was geschorst, een situatie die niet zonder expliciete verklaring van het openbaar ministerie tot uitzetting mag leiden.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring onrechtmatig was omdat geen expliciete verklaring van geen bezwaar was gegeven en dat er geen zicht was op uitzetting. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring werd opgeheven en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door mr. C.A.M. Schaap-Meulemeester op 4 maart 2003.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens het ontbreken van een verklaring van geen bezwaar van het openbaar ministerie.