ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7809
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning staatloze Palestijn wegens onvoldoende motivering categoriaal beschermingsbeleid
Verzoeker, een staatloze Palestijn afkomstig uit de Gazastrook, stelde beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van humanitaire redenen en categoriaal beschermingsbeleid. Hij voerde aan dat de situatie in de bezette gebieden onveilig is en dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen categoriaal beschermingsbeleid wordt gevoerd.
De minister wees de aanvraag af omdat het individuele relaas van verzoeker onvoldoende zwaarwegend was en omdat de algemene situatie in Gaza volgens hem geen aanleiding gaf voor een categoriaal beschermingsbeleid. De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende gemotiveerd had welke informatie uit de door verzoeker overgelegde rapporten was meegewogen, en dat er geen recent ambtsbericht was dat het standpunt ondersteunde.
Voorts was de verwijzing naar de UNRWA onvoldoende gemotiveerd, omdat niet duidelijk was welke bescherming deze organisatie daadwerkelijk biedt. Ook ontbrak een motivering over het beleid van andere EU-lidstaten. De rechtbank stelde vast dat de minister in strijd met artikel 3:46 Awb Pro had gehandeld door het besluit ondeugdelijk te motiveren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en wees het verzoek om voorlopige voorziening af wegens gebrek aan belang. Daarnaast veroordeelde zij de minister in de proceskosten van €966. Partijen kunnen binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.