ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7245
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring van Franse gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende onderzoek verblijfsrecht
Een Franse vreemdeling werd op 23 januari 2003 in Rotterdam aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet en in bewaring gesteld. Tijdens het verhoor gaf hij aan drugs te kopen en te gebruiken en bij vrienden te verblijven. De rechtbank oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende feiten had aangetoond om als toerist te worden gekwalificeerd en dat het kopen van drugs geen dienstverrichting was, waardoor hij geen gemeenschapsonderdaan was op die grond.
De rechtbank stelde dat verweerder naliet zorgvuldig te onderzoeken of de vreemdeling op grond van de Ziektekosten- en Bestaansmiddelenrichtlijn rechtmatig verblijf had, wat een ernstig gebrek in de besluitvorming vormde. Daarom werd aangenomen dat de vreemdeling wel aan de voorwaarden voldeed en rechtmatig verblijf had.
Verder concludeerde de rechtbank dat het verblijfsrecht niet was geëindigd door het kopen van harddrugs, omdat daarvoor geen wettelijke basis was. Omdat de minister geen besluit had genomen over het beëindigen van het verblijfsrecht en het verkorten van de vertrektermijn, was de vreemdeling ten tijde van de bewaring niet uitzetbaar. De bewaring was derhalve onrechtmatig. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, kende een schadevergoeding toe en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was onrechtmatig en hij kreeg een schadevergoeding van €475 toegekend.