ECLI:NL:RVS:2003:AF4986
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit vreemdelingenbewaring wegens dringend geval volgens Vreemdelingenbesluit 2000
Appellante, een vreemdeling die onderdaan is van de Europese Unie maar geen gemeenschapsonderdaan in de zin van de Vreemdelingenwet 2000, werd in vreemdelingenbewaring gesteld door de minister. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze bewaring ongegrond.
Appellante voerde aan dat er geen sprake was van een dringend geval zoals bedoeld in artikel 8.13, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat haar veroordeling tot tien dagen gevangenisstraf wegens winkeldiefstal niet voldeed aan de vereisten van een werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde zoals uitgelegd door het Europese Hof van Justitie in het Bouchereau-arrest.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Richtlijn 64/221/EEG niet van toepassing is op appellante en dat de minister het begrip 'dringend geval' conform het nationale beleid mag invullen. Aangezien aan de vereisten voor inbewaringstelling was voldaan, was het besluit van de minister om de vertrektermijn te onthouden en de bewaring toe te passen terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.