ECLI:NL:RBSGR:2003:AF6478
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.B.M. Potters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet-tijdig ingediende zienswijze en onvoldoende geloofwaardig vluchtrelaas
Eisers, beiden afkomstig uit Iran, dienden een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Verweerder gaf op 26 april 2001 schriftelijk het voornemen tot afwijzing aan en stelde eisers in de gelegenheid binnen vier weken een zienswijze in te dienen. Hoewel eisers op 29 mei 2001 een zienswijze indienden, was dit na afloop van de wettelijke termijn, zonder dat om verlenging was verzocht. De rechtbank oordeelde dat verweerder de zienswijze terecht buiten beschouwing liet.
De rechtbank stelde vast dat de aanvullingen en correcties van eisers, oorspronkelijk in het Farsi en zonder vertaling ingediend, voor eigen rekening en risico waren omdat zij niet tijdig in een voor verweerder begrijpelijke taal waren vertaald. De inhoudelijke beoordeling van het vluchtrelaas van eiser wees uit dat hij onvoldoende concreet antwoord gaf op vragen over zijn situatie en de organisatie die hij wilde oprichten. Hierdoor kon verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt stellen dat het vluchtrelaas niet geloofwaardig was.
Ook de aanvraag van eiseres werd afgewezen omdat deze afhankelijk was van die van eiser. De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van een reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Iran. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard vanwege te late zienswijze en onvoldoende geloofwaardig vluchtrelaas.