ECLI:NL:RVS:2001:AD9771
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas wegens tegenstrijdigheden en ontbreken documenten
De staatssecretaris van Justitie wees aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad oordeelde dat de vreemdelingen onvoldoende reis- en identiteitspapieren overlegden en dat de tegenstrijdigheden in hun verklaringen over hun vluchtverhaal de geloofwaardigheid aantasten. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat deze tegenstrijdigheden niet de kern van de vluchtmotieven raakten. De Raad stelde dat de asielzoekers verplicht zijn volledige medewerking te verlenen en dat de staatssecretaris zich op het standpunt mocht stellen dat de verklaringen ongeloofwaardig zijn.
Verder oordeelde de Raad dat de rechtbank onterecht had geoordeeld dat de besluiten onzorgvuldig waren voorbereid en dat de vreemdelingen tijdens het nader gehoor niet in staat waren hun vluchtmotieven te verduidelijken. Ook concludeerde de Raad dat de rechtbank niet voldeed aan het motiveringsvereiste van artikel 8:77 Awb Pro. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard.