ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5194
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens uitsluiting op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen in Afghanistan
Eisers, Afghaanse nationaliteit, vroegen in 1998 asiel aan in Nederland. Verweerder weigerde de verblijfsvergunningen op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag omdat eiser een hoge rang (majoor) bekleedde bij de KhAD/WAD, veiligheidsdiensten die verantwoordelijk waren voor ernstige mensenrechtenschendingen onder het communistisch regime in Afghanistan.
De rechtbank oordeelt dat eiser door zijn langdurige en hoge positie bij deze diensten betrokken was bij misdrijven tegen de menselijkheid en dat hij op de hoogte moet zijn geweest van deze schendingen. Zijn ontkenningen worden als ongeloofwaardig beoordeeld. Ook de positie van eiseres, echtgenote van eiser, leidt niet tot een verblijfsvergunning.
De rechtbank stelt vast dat de zienswijze van eisers niet tijdig was ingediend en dat verweerder terecht geen rekening hoefde te houden met deze zienswijze. De uitsluiting op grond van artikel 1F is restrictief, maar in dit geval goed gemotiveerd en gebaseerd op betrouwbare ambtsberichten.
Hoewel uitzetting naar Afghanistan een schending van artikel 3 EVRM Pro kan opleveren, leidt dit niet tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Medische problemen van eiseres kunnen in deze procedure niet tot verblijf leiden. De beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunningen vanwege de uitsluiting op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag.