ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4546
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende gemotiveerd ongeloofwaardig asielrelaas
Eiser, afkomstig uit Kameroen en lid van de Bamileke-stam, verzocht om een verblijfsvergunning op grond van vluchtelingenstatus en humanitaire redenen. Hij legde een asielrelaas voor waarin hij zijn detenties en vervolging door de Kameroense autoriteiten beschreef vanwege zijn politieke activiteiten voor de Social Democratic Front en de studentenorganisatie MNEC.
Verweerder wees de aanvraag af met als primaire grond dat het relaas ongeloofwaardig zou zijn en subsidiair dat het onvoldoende zwaarwegend was voor vluchtelingenstatus. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het relaas ongeloofwaardig was, omdat de vermeende tegenstrijdigheden niet feitelijk waren onderbouwd en de beoordeling van andere feiten aan verweerder was voorbehouden.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het relaas onvoldoende zwaarwegend zou zijn. De detenties en vervolgingen waren aannemelijk en toonden een escalatie in ernst. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en feitelijk onderbouwde beoordeling van geloofwaardigheid en zwaarwegendheid in vreemdelingenzaken en stelt dat de rechter slechts marginaal toetst aan het oordeel van het bestuursorgaan over feiten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.