ECLI:NL:RBSGR:2002:AF4434
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.K.B. van Daalen
- N.W.A. Stegeman-Kragting
- I.L. Haverkate
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en geen categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Iraakse asielzoekers
Eiser, een Shi'itische moslim uit Irak, vluchtte vanwege discriminatie, gedwongen militaire dienst en vervolging. Hij vroeg asiel aan in Nederland, maar verweerder betwijfelde de geloofwaardigheid van zijn relaas, onder meer vanwege inconsistenties en het ontbreken van documenten.
De rechtbank toetste marginaal en concludeerde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het asielverhaal niet geloofwaardig was. Ook werden geen klemmende humanitaire redenen gevonden die een verblijfsvergunning rechtvaardigen.
Eiser stelde dat vanwege een vertrekmoratorium en het weigeren van toelating door de Koerdische Democratische Partij (KDP) een categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Iraakse asielzoekers moest gelden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen dergelijk beleid voerde, omdat er een binnenlands verblijfsalternatief is en overleg met de KDP gaande is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het beleid van verweerder niet kennelijk onredelijk bevonden. De rechtbank bevestigde dat het vertrekmoratorium het juiste instrument is in de huidige situatie.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 4 december 2002.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het beleid van geen categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Iraakse asielzoekers wordt bevestigd.