ECLI:NL:RBSGR:2002:AF2332
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- W.J.A.M. van Brussel
- E. de Greeve
- J.P. Smit
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige toepassing mvv-vereiste in verblijfsvergunning bij echtgenote
Eiser, afkomstig uit Suriname, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij zijn echtgenote. De aanvraag werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser stelde dat hij in aanmerking kwam voor vrijstelling van het mvv-vereiste en dat artikel 3.71 van het Vreemdelingenbesluit 2000 strijdig was met artikel 16 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelde dat de Kroon de grenzen van zijn regelgevende bevoegdheid had overschreden door in artikel 3.71 Vb 2000 dwingend vast te leggen dat de minister verplicht is de aanvraag af te wijzen bij ontbreken van een mvv. De hardheidsclausule in het vierde lid van dit artikel kon de discretionaire bevoegdheid uit artikel 16 Vw Pro 2000 niet vervangen. Daarom moest artikel 3.71, eerste lid, buiten toepassing blijven.
Verweerder had nagelaten een belangenafweging te maken zoals vereist bij de discretionaire bevoegdheid en had onterecht het besluit gebaseerd op het onverbindende artikel 3.71. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit binnen zestien weken. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen met correcte toepassing van de discretionaire bevoegdheid.