ECLI:NL:RBSGR:2002:AF1325
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige bewaring vreemdeling in afwachting asielbeslissing
De vreemdeling, van Soedanese nationaliteit, werd op 10 september 2002 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), omdat de overheid meende dat hij geen rechtmatig verblijf had. Echter was de vreemdeling in afwachting van een beslissing op zijn asielaanvraag, waardoor hij rechtmatig verblijf genoot. Dit was vanaf het begin duidelijk voor de overheid.
Op 17 september 2002 werd een hernieuwde maatregel van bewaring uitgegeven op grond van artikel 59, eerste lid en onder b, Vw 2000, die een maximale duur van vier tot zes weken kent. De rechtbank oordeelt dat de eerste maatregel onjuist was gebaseerd op artikel 59, eerste lid en onder a, en dat de hernieuwde maatregel niet met terugwerkende kracht de eerste maatregel kan rechtvaardigen.
De rechtbank benadrukt dat het formulier 'Maatregel van Bewaring' ondubbelzinnig moet vermelden op welke grondslag de bewaring is bevolen, vanwege de verschillende rechtsgevolgen. De gevolgde procedure voldoet niet aan de wettelijke vereisten, waardoor de bewaring onrechtmatig is. Het beroep wordt gegrond verklaard en de maatregel van bewaring wordt per direct opgeheven.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven omdat deze onrechtmatig was opgelegd terwijl de vreemdeling rechtmatig verblijf had.