ECLI:NL:RBSGR:2002:AF0998
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens schending familie- en gezinsleven
Eisers, afkomstig uit Kosovo en verblijvend in Nederland sinds 1998, vroegen asiel aan. Hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werden afgewezen door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. De rechtbank oordeelde dat eisers niet voldeden aan de criteria voor vluchtelingenstatus of bescherming tegen foltering en mishandeling volgens de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank nam aan dat de situatie in Kosovo sinds het vredesakkoord van 1999 was verbeterd en dat internationale instanties bescherming konden bieden. De persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder lidmaatschap van de LDK en mishandelingen, waren onvoldoende om bescherming te rechtvaardigen. Ook het categorale beschermingsbeleid bood geen grond voor verblijf.
Echter, de rechtbank stelde vast dat de afwijzing en de daaruit voortvloeiende uitzetting van eisers tot een schending van artikel 8 EVRM Pro leidt, omdat hierdoor het gezinsleven met hun dochter, die al een verblijfsvergunning had, ernstig wordt aangetast. De belangenafweging wees uit dat terugkeer naar Kosovo voor eisers onredelijk was, mede vanwege de psychische afhankelijkheid van hun dochter.
De rechtbank vernietigde daarom de bestreden besluiten en beval de Minister tot hernieuwde besluitvorming met inachtneming van het familie- en gezinsleven. Tevens werden proceskosten aan eisers toegekend.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel en beveelt hernieuwde besluitvorming met inachtneming van artikel 8 EVRM.