ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9751
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ongewenstverklaring wegens disproportionele inmenging in gezinsleven op grond van artikel 8 EVRM
Eiser, sinds 1990 in Nederland verblijvend, werd ongewenst verklaard vanwege een veroordeling tot 18 maanden gevangenisstraf in 1996. Hij woont sinds 1996 samen met een Nederlandse partner. Verweerder handhaafde de ongewenstverklaring, stellende dat deze niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit geen blijk geeft van een juiste belangenafweging conform de guiding principles van het EHRM, zoals geformuleerd in de zaak Boultif. Belangrijke factoren zijn onder meer het langdurige verblijf van eiser in Nederland, het tijdsverloop sinds het strafbare feit, het geringe recidivegevaar, en de stabiele homoseksuele relatie die in Marokko moeilijk kan worden uitgeoefend.
Hierdoor is de ongewenstverklaring disproportioneel en niet gerechtvaardigd als inmenging in het gezinsleven. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens disproportionele inmenging in het gezinsleven.