ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9736
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Mvv-vereiste en arbeid als zelfstandige in het licht van de Associatieovereenkomst EG-Polen
Eisers, Poolse onderdanen, dienden aanvragen in voor een vergunning tot verblijf (vtv) met als doel het verrichten van arbeid als zelfstandige. Deze aanvragen werden buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eisers stelden dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste in strijd was met de Associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en Polen, die discriminatie van Poolse ondernemers verbiedt.
De rechtbank onderzocht de toepasselijkheid van de Associatieovereenkomst en relevante arresten van het Hof van Justitie, waaronder Barkoci en Malik. Uit deze jurisprudentie volgt dat het mvv-vereiste niet onverkort mag worden toegepast indien bij aankomst in Nederland duidelijk blijkt dat aan dezelfde materiële voorwaarden wordt voldaan die ook in het land van vertrek zouden gelden.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris had moeten onderzoeken of eisers aan deze materiële voorwaarden voldeden en daarop zijn discretionaire bevoegdheid had moeten toepassen. Aangezien dit onderzoek niet had plaatsgevonden, handelde de staatssecretaris in strijd met de Associatieovereenkomst. Het beroep werd gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en de staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De beroepen worden gegrond verklaard en de bestreden besluiten vernietigd vanwege strijd met de Associatieovereenkomst EG-Polen.