ECLI:NL:RBSGR:2002:AE9124
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdeling met Joegoslavische nationaliteit
Verzoekster, van Joegoslavische nationaliteit, diende op 20 augustus 1998 een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Dit werd bij besluit van 4 december 1998 afgewezen. Na bezwaar werd dit besluit op 18 juni 1999 ingetrokken en werd een voorwaardelijke verblijfsvergunning verleend. Vervolgens werd dit besluit op 28 augustus 2000 weer herroepen, waarna verzoekster opnieuw bezwaar maakte.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het besluit van 4 december 1998 niet met terugwerkende kracht kan herleven door het besluit van 28 augustus 2000. Het bestreden besluit van 21 juli 2001 wordt gezien als de feitelijke beslissing op de oorspronkelijke aanvraag, waarin de verblijfsvergunning wordt geweigerd.
Gezien de spoedeisendheid en belangenafweging wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toe, waardoor de uitzetting wordt opgeschort totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van 644 euro.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting wordt opgeschort totdat op het beroep is beslist.