ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7875
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- F. Salomon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning en beroep ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing vluchtmotieven en littekens
Verzoeker, een Sri Lankaanse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Hij stelde dat hij vervolgd zou worden vanwege activiteiten voor de LTTE en dat littekens die hij heeft opgelopen een risicofactor vormen. Verzoeker betoogde dat de contactambtenaar tijdens het nader gehoor niet naar deze littekens heeft geïnformeerd, waardoor de onderzoeksplicht van verweerder zou zijn geschonden.
De rechtbank oordeelde dat van verzoeker mag worden verwacht dat hij zelf zijn vluchtmotieven en het belang van eventuele littekens naar voren brengt. Het verslag van het nader gehoor gaf geen aanwijzing dat verzoeker dit niet kon of mocht doen. Er was geen reden om aan te nemen dat verzoeker gevechtshandelingen voor de LTTE had verricht, zodat er geen aanleiding was om nader naar littekens te informeren. Ook het ontbreken van een identiteitsdocument werd door de rechtbank niet als onoverkomelijk erkend.
Gezien het voorgaande concludeerde de rechtbank dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat verzoeker niet voldeed aan de voorwaarden voor toelating op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.