ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7077
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en verblijfsvergunning Iraakse asielzoeker ondanks vertrekmoratorium
Eiser, een Iraakse asielzoeker en professioneel worstelaar, verzocht om toelating als vluchteling en om een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Zijn verzoeken werden door de Staatssecretaris van Justitie afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank beoordeelde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging had, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen over de arrestatie van zijn broer en zijn terugkeer naar Bagdad ondanks het risico op arrestatie.
De rechtbank overwoog ook het vertrekmoratorium dat op 21 mei 2002 werd ingesteld voor rechtmatig verwijderbare asielzoekers uit Centraal-Irak. Dit moratorium betreft rechtmatig verblijf en uitzetbaarheid, maar raakt niet het toelatingsbeleid. De rechtbank achtte onvoldoende aanleiding om het onderzoek te heropenen op basis van dit moratorium.
Verder werd het bezwaar tegen het niet verlengen van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) afgewezen. De rechtbank vond dat eiser geen gerechtvaardigd vertrouwen had kunnen ontlenen aan een stilzwijgende verlenging van de vvtv en dat het beleid van de overheid correct was toegepast.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de rechtbank sprak geen proceskostenveroordeling uit. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en verblijfsvergunning.