ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7009
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens onvoldoende actuele ambtsberichten over veiligheid minderheden in Noord-Somalië
Verzoeker, een lid van de minderheidsgroep Reer Hamar uit Somalië, diende een asielaanvraag in die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werd afgewezen op grond van het bestaan van een veilig verblijfsalternatief in Noord-Somalië. Verzoeker stelde dat de situatie voor zijn minderheidsgroep in die regio onveilig is, onderbouwd met recente rapporten van het U.S. Department of State, UNHCR en de Verenigde Naties.
De rechtbank oordeelt dat deze nieuwe informatie voldoende concrete aanwijzingen bevat om te twijfelen aan de juistheid, volledigheid en actualiteit van de ambtsberichten waarop de IND zich baseerde. Hierdoor kan de IND niet langer aannemelijk maken dat terugkeer naar Noord-Somalië voor leden van de Reer Hamar niet van bijzondere hardheid is.
De rechtbank stelt vast dat het besluit van de IND onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en onvoldoende gemotiveerd is, in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. Omdat nader onderzoek niet zal bijdragen aan de beoordeling, doet de rechtbank onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak en verklaart het beroep gegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van verblijf wordt vernietigd.