ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6553
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bezwaar tegen intrekking voorwaardelijke vergunning verblijf Rwandese asielzoeker
Verzoekster, een Rwandese asielzoeker, had een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) in Nederland, die door de staatssecretaris van Justitie werd ingetrokken na beëindiging van het vvtv-beleid voor Rwandese asielzoekers. Dit beleid werd beëindigd op basis van ambtsberichten waarin de veiligheidssituatie in Rwanda als voldoende stabiel werd beoordeeld, ondanks enkele zorgen over mensenrechtenschendingen.
Verzoekster voerde aan dat de situatie in Rwanda verslechterd was en overhandigde documenten die een negatiever beeld schetsten dan de ambtsberichten. De voorzieningenrechter stelde vast dat de aangehaalde documenten vergelijkbare zorgen uiten maar geen concrete aanwijzingen bevatten dat de ambtsberichten onjuist of onvolledig zijn.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris een ruime beoordelingsmarge heeft en dat de beëindiging van het vvtv-beleid op redelijke gronden was gebaseerd. De beslissing om geen categoriaal beschermingsbeleid meer te voeren is politiek van aard en onderworpen aan terughoudende rechterlijke toetsing.
Het bezwaar werd ongegrond verklaard en het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitzetting van verzoekster hoeft niet te worden achtergehouden. De uitspraak is definitief en er is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.