ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6270
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitstel van vertrekbeleid en vvtv-beleid voor Angolese asielzoeker
Eiser, een alleenstaande minderjarige asielzoeker uit Angola, verzocht om toelating tot Nederland op grond van vluchtelingenstatus en humanitaire gronden. Hij stelde dat het langdurige uitstel van vertrekbeleid (uvv-beleid) ten onrechte niet was omgezet in een vergunning tot verblijf wegens tijdelijke onzekerheid (vvtv-beleid). Verweerder handhaafde het uvv-beleid vanwege de humanitaire situatie en wachtte op standpuntbepalingen van de UNHCR en omringende landen.
De rechtbank onderzocht de motivering van verweerder en concludeerde dat deze onvoldoende duidelijkheid bood over de rol van de veiligheidssituatie in Angola bij het voeren van het uvv-beleid. Desondanks achtte de rechtbank het ambtsbericht van 4 mei 2001 voldoende om te oordelen dat er geen bijzondere hardheid was die een vvtv-beleid rechtvaardigde. De psychische gesteldheid en leeftijd van eiser werden beoordeeld, waarbij werd vastgesteld dat eiser zich zelfstandig kon handhaven in Angola.
Verder werd het beroep op het driejarenbeleid afgewezen omdat op het moment van het bestreden besluit nog geen drie jaar waren verstreken. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had afgezien van een hoorzitting in bezwaar. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van toelating als vluchteling blijft in stand.