ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5519
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid bestuursrechter bij inhouden verstrekkingen en overplaatsing asielzoekers
Eisers, asielzoekers uit de Federale Republiek Joegoslavië, kregen op 8 oktober 2001 een maatregel opgelegd waarbij hun verstrekkingen in het AZC Venlo voor twee weken werden ingehouden wegens het blokkeren van plaatsing van nieuwe bewoners en het veroorzaken van spanningen. Tegen deze maatregel en een daaropvolgende overplaatsing naar de AVO Geleen werd bezwaar gemaakt en voorlopige voorziening gevraagd.
De rechtbank oordeelt dat de besluiten tot inhouden van verstrekkingen een strafmaatregel zijn en niet onder artikel 3a van de Wet COA vallen, dat betrekking heeft op het onthouden of beëindigen van verstrekkingen in het kader van asielaanvragen. Hierdoor is de vreemdelingenkamer van de rechtbank 's-Gravenhage niet bevoegd, maar de reguliere bestuursrechter.
Ook de overplaatsing op grond van artikel 7 Rva Pro wordt gezien als een besluit in de zin van de Awb, maar leidt niet tot beëindiging van verstrekkingen en valt niet onder de vreemdelingenrechter. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de behandeling van het bezwaar en het beroep door naar de bevoegde bestuursrechter in Maastricht.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, met uitzondering van het verzoek om voorlopige voorziening.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en verwijst de zaak door naar de reguliere bestuursrechter.