ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5500
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Beslissing over verzoek tot terugkeer in opvang en niet tijdig beslissen door staatssecretaris
Verzoekster, afkomstig uit Somalië, diende een verzoek in om met haar kinderen terug te keren in de opvang na verwijdering uit het AZC. De staatssecretaris besloot niet tijdig op dit verzoek, waarop verzoekster beroep instelde bij de rechtbank. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek tot terugkeer als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht moest worden beschouwd en dat het niet tijdig beslissen daarop gelijk stond aan een besluit.
De rechtbank stelde vast dat er geen wettelijk bepaalde beslistermijn bestaat, maar achtte de door verzoekster gestelde termijn van drie dagen niet onredelijk gezien de omstandigheden. De staatssecretaris werd opgedragen binnen een week alsnog een reëel besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat niet evident was dat de staatssecretaris verplicht was om een uitzondering op het beleid te maken.
De rechtbank verwierp de vergelijking met het beleid ten aanzien van Dublinclaimanten en herhaalde asielverzoeken, omdat in deze zaak het besluitvormingstraject was geëindigd. Tot slot werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen een week alsnog te beslissen.