ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4567
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Assyrische asielzoeker uit Centraal-Irak
Verzoeker, een Assyrische christen afkomstig uit Centraal-Irak, had een asielaanvraag in Nederland afgewezen gekregen en werd geconfronteerd met uitzetting. Hij verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening om de uitzetting te schorsen zolang het beroep tegen het afwijzingsbesluit loopt.
De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse documenten, waaronder brieven van de minister van Buitenlandse Zaken, een vertegenwoordiger van de Kurdistan Regional Government (KRG), en de Stichting INLIA. Hieruit bleek grote onduidelijkheid over de mogelijkheid voor asielzoekers uit Centraal-Irak om zich in Noord-Irak te vestigen. De KRG staat centraal- en zuid-Irakezen geen toegang tot haar gebied toe, tenzij zij banden hebben met Noord-Irak.
Gezien de onduidelijkheid en de onmogelijkheid voor verzoeker om naar Centraal-Irak terug te keren, weegt het belang van verzoeker zwaarder dan dat van verweerder om tot uitzetting over te gaan. De rechtbank veroordeelde verweerder tevens tot betaling van proceskosten van €644 aan verzoeker.
De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor de uitzetting van verzoeker werd verboden totdat op het beroep is beslist.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en verbiedt de uitzetting van verzoeker totdat op het beroep is beslist.