ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4505
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning en voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak
Eiser, een Somalische vreemdeling van gemengde clan afkomst, verzocht om toelating tot Nederland als vluchteling en een verblijfsvergunning. Verweerder weigerde dit op grond van het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging en het bestaan van een verblijfsalternatief in Noord-Somalië.
De rechtbank oordeelde dat de door eiser aangevoerde problemen voortkomen uit schulden en conflicten met schuldeisers, niet uit vervolging vanwege zijn etnische afkomst. De situatie in Noord-Somalië was volgens een ambtsbericht verbeterd, waardoor een verblijfsalternatief aanwezig is. Het bezwaar tegen de weigering van de vergunning werd daarom ongegrond verklaard.
Verder werd het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te schorsen afgewezen, omdat het beroep zelf al ongegrond werd verklaard. De rechtbank stelde dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiser door de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken op 25 april 2002. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.