ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2680
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- I.J.B. Corbey
- F.M.D. Aardema
- Rechtspraak.nl
Toelating zelfstandige prostituee op grond van Associatieovereenkomst EG-Bulgarije
Eiseres, een Bulgaarse onderdaan, verzocht om een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid als zelfstandige prostituee op grond van de Associatieovereenkomst tussen de EG en Bulgarije. Verweerder weigerde de vergunning omdat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk als zelfstandige werkzaam zou zijn en over voldoende middelen van bestaan beschikte.
De rechtbank verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 20 november 2001, waarin werd bevestigd dat artikelen 45 en 59 van de Associatieovereenkomst rechtstreekse werking hebben en dat prostitutie als economische activiteit anders dan in loondienst moet worden beschouwd. De rechtbank stelt vast dat het beleid van verweerder, neergelegd in hoofdstuk B12/4.2.3 Vreemdelingencirculaire 1994, niet strijdig is met de overeenkomst, maar dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de door eiseres overgelegde stukken onvoldoende zouden zijn.
Voorts heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld door eiseres geen realistische eisen te stellen en haar werkzaamheden gedurende de aanvraagperiode te verbieden, terwijl zij ook niet tijdig is gewezen op de mogelijkheid een ondernemingsplan te overleggen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuwe beschikking te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldig beleid.