ECLI:NL:RBSGR:2002:AE2662
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Y.A.A.G. de Vries
- J.P. Smit
- H.G. Schoots
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang in vreemdelingenzaak
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, had voor 1 april 2001 een voorlopige vergunning tot verblijf (vvtv) en verzocht om erkenning als vluchteling en een verblijfsvergunning. Met de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) op 1 april 2001 werd zijn vvtv omgezet in een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 115 Vw Pro 2000 alleen vergunningen die op die datum geldig waren, konden worden omgezet, waardoor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet mogelijk was.
De rechtbank stelde vast dat eiser geen verbetering in zijn materiële rechtspositie kon verkrijgen door het beroep, waardoor het procesbelang ontbrak. Ook het beginsel van rechtszekerheid kon niet leiden tot een ander oordeel, aangezien het buiten toepassing laten van een wetsbepaling wegens strijd met rechtszekerheid niet is toegestaan volgens artikel 120 Grondwet Pro en jurisprudentie.
Verweerder voerde aan dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de vvtv was omgezet in een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De rechtbank bevestigde dit en oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van procesbelang.
De rechtbank erkende dat bij een wijziging van omstandigheden, zoals gezinshereniging of gewijzigde situatie in het land van herkomst, wel belang kan ontstaan voor een nieuwe beoordeling. Echter, op het moment van de uitspraak was geen dergelijk belang gesteld of gebleken.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees erop dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep openstaat.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.