ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1932
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J. van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijf op grond van schijnhuwelijk en toepassing TBV 1999/23
Eisers, Turkse nationaliteit houdende, verzochten om toelating tot Nederland op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23). De aanvragen werden afgewezen door verweerder wegens het aangaan van een schijnhuwelijk, wat een contra-indicatie vormt voor toelating.
De rechtbank acht de stelling van eisers dat het huwelijk geen schijnhuwelijk was ongeloofwaardig en wijst hun beroep af. Eisers konden niet aannemelijk maken dat zij niet werden bijgestaan door een tolk tijdens het verhoor, en de medische situatie van eiser leidt niet tot onbedoelde hardheid die verblijf rechtvaardigt.
Voorts oordeelt de rechtbank dat de weigering geen schending inhoudt van artikel 8 EVRM Pro, aangezien het gezinsleven in Turkije kan worden voortgezet. Het beroep op het IVRK faalt eveneens, omdat de belangen van de kinderen niet zodanig centraal staan dat verblijf ondanks contra-indicatie moet worden toegestaan.
De rechtbank overweegt dat de keuzes van eiser, bewust gemaakt, doorwerken in de afhankelijke aanvragen van zijn echtgenote en kinderen. De gedwongen terugkeer van de kinderen naar Turkije is vergelijkbaar met andere kinderen die met hun ouders emigreren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen kostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering van de verblijfsaanvragen wegens schijnhuwelijk en contra-indicatie onder TBV 1999/23.