ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8024
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning verblijfsvergunning wegens klemmende humanitaire redenen en integratie
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit, werd als kind illegaal naar Nederland gebracht door haar oom en verzocht om een verblijfsvergunning op grond van de Tijdelijke Regeling Witte Illegalen (TBV 1999/23) en klemmende humanitaire redenen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees haar aanvragen af omdat zij niet voldeed aan de formele vereisten, zoals het bezit van een sofinummer, en omdat zij onvoldoende klemmende redenen kon aantonen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden van TBV 1999/23, met name het vereiste sofinummer, dat redelijkerwijs mocht worden gesteld. Echter, ten aanzien van de aanvraag op basis van klemmende redenen stelde de rechtbank vast dat eiseres sinds 1989 vrijwel haar gehele jeugd in Nederland heeft doorgebracht, de Nederlandse taal goed beheerst en de Marokkaanse samenleving grotendeels is ontwend. Dit leidde tot de conclusie dat terugkeer naar Marokko een bijzondere hardheid zou betekenen.
De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom geen sprake was van klemmende humanitaire redenen en dat het beleid onvoldoende rekening hield met de mate van integratie en persoonlijke omstandigheden. Daarom werd het besluit van 6 januari 1999 vernietigd en verweerder opgedragen binnen tien weken een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen het besluit van 13 oktober 2000 werd ongegrond verklaard.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel op 10 december 2001.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op basis van klemmende humanitaire redenen is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, terwijl het beroep tegen het besluit op grond van TBV 1999/23 is afgewezen.