ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7790
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.M. Elderman
- G. Blomsma
- J.F.M.J. Bouwman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verblijfsvergunning wegens ondeugdelijke motivering in asielzaak
Eiseres, afkomstig uit Burundi, kreeg op grond van artikel 29, eerste lid onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd toegekend. Zij stelde dat niet was gemotiveerd waarom geen vergunning op grond van artikel 29, eerste lid onder a, b of c, was verleend. De rechtbank oordeelde dat in het Nederlandse bestuursrecht formele rechtskracht toekomt aan dergelijke besluiten, tenzij uiterst zwaarwegende nieuwe feiten dit verhinderen.
Verweerder stelde dat eiseres geen belang had bij voortzetting van de procedure, omdat na 1 april 2001 geen andere verblijfsvergunning kan worden verkregen dan reeds verleend. De rechtbank verwierp dit en stelde dat eiseres wel degelijk belang had bij inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
De rechtbank constateerde dat de motivering van het besluit onvoldoende was omdat niet was toegelicht waarom geen vergunning op andere gronden was verleend, wat een vereiste is op grond van de Awb. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de beschikking vernietigd. De rechtsgevolgen van de verleende vergunning bleven echter in stand op grond van artikel 8:72, derde lid, Awb.
Tot slot werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 3 december 2001.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking tot verlening van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering, met in stand laten van de rechtsgevolgen van de vergunning.