ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6168
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onredelijkheid plaatsing staatloos gezin met jonge kinderen in Grenshospitium Amsterdam
Eisers, een staatloos Palestijns gezin met jonge kinderen, werd op 25 juni 2001 de toegang tot Nederland geweigerd en vrijheidsontnemende maatregelen opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Zij werden geplaatst in het Grenshospitium Amsterdam, een inrichting met penitentiaire kenmerken. Eisers voerden aan dat de belangen van hun kinderen onvoldoende waren meegewogen, mede gelet op medische verklaringen over klachten bij de kinderen.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel van vrijheidsontneming op zichzelf rechtmatig is en het belang van grensbewaking zwaar weegt. Echter, de wijze van tenuitvoerlegging door plaatsing in het Grenshospitium, waar de bewegingsvrijheid beperkt is en de omgeving sterk lijkt op een gevangenis, is onredelijk gelet op de jonge leeftijd van de kinderen en hun medische klachten.
De rechtbank wijst erop dat de vrijheidsontneming van vreemdelingen een wezenlijk ander karakter moet hebben dan detentie in een penitentiaire inrichting. Gezien het feit dat eisers staatloos en documentloos zijn en een uitzetting niet op korte termijn te verwachten is, is de duur van de maatregel waarschijnlijk niet kort.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor zover het de wijze van tenuitvoerlegging betreft en beveelt de Staatssecretaris van Justitie binnen drie dagen na verzending van de uitspraak het gezin elders te plaatsen dan in het Grenshospitium. Het beroep tegen de oplegging van de maatregel wordt ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van ƒ 710,-.
Uitkomst: De rechtbank beveelt wijziging van de tenuitvoerlegging door plaatsing elders dan het Grenshospitium binnen drie dagen.