ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6145
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid voorlopige maatregel tot bewaring vreemdeling onder Vreemdelingenwet 2000
Een Nigeriaanse vreemdeling werd op 28 juni 2001 onder een voorlopige maatregel tot bewaring geplaatst na strafrechtelijke detentie. De rechtbank onderzocht of deze maatregel, die niet expliciet in de Vreemdelingenwet 2000 is genoemd, toch rechtmatig kon worden toegepast als opvolger van de eerdere wetgeving en jurisprudentie.
De rechtbank oordeelde dat de voorlopige maatregel tot bewaring in overeenstemming is met de Vreemdelingenwet 2000, mede vanwege de waarborgen in de Vreemdelingencirculaire 2000 en de parlementaire geschiedenis. De maatregel was gerechtvaardigd omdat de vreemdeling ongewenst was verklaard, geen geldig identiteitsbewijs had en een ernstig vermoeden bestond dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken.
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen zijn presentatie bij de Nigeriaanse autoriteiten tijdens een lopende asielprocedure, maar de rechtbank vond dit terecht omdat het verkrijgen van reisdocumenten uit Nigeria langdurig is en de asielaanvraag weinig kans van slagen had.
De rechtbank verwierp ook het verzoek om schadevergoeding en concludeerde dat de vrijheidsontneming door de voorlopige maatregel vanaf het moment van invrijheidstelling rechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de maatregel bleef van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige maatregel tot bewaring wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.