ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5924
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening mvv-vereiste partner gemeenschapsonderdaan
Verzoeker, van Kameroense nationaliteit, verzocht om een voorlopige voorziening tegen de beslissing van de Immigratie- en Naturalisatiedienst om zijn aanvraag om verblijf bij zijn partner in Nederland buiten behandeling te stellen wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker betoogde dat hij als partner van een Duitse gemeenschapsonderdaan vrijstelling van het mvv-vereiste zou moeten krijgen.
De rechtbank overwoog dat het begrip gemeenschapsonderdaan een communautaire uitleg vereist en dat volgens jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie alleen echtgenoten, niet ongehuwde partners, als gezinsleden worden aangemerkt. Omdat verzoeker en zijn partner geen geregistreerd partnerschap hadden, kon verzoeker niet als gezinslid van een gemeenschapsonderdaan worden beschouwd en dus niet worden vrijgesteld van het mvv-vereiste.
Daarnaast werd het beroep op de hardheidsclausule afgewezen omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die afwijken van het mvv-vereiste rechtvaardigden. Ook werd geoordeeld dat het besluit geen schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld en dat de uitzetting niet achterwege hoeft te blijven.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de uitzetting blijft van kracht.