ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5806
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking voorwaardelijke vergunning verblijf Syrisch-orthodoxe christen Irak
Eiser, een Syrisch-orthodoxe christen afkomstig uit Centraal-Irak, diende een aanvraag in voor toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf. Na afwijzing en verlening van een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) werd deze vergunning door verweerder ingetrokken op basis van een beleidswijziging die Iraakse asielzoekers niet langer een vvtv toekent.
Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure bleek dat verweerder onterecht aannam dat eiser Assyrisch christen was, terwijl hij behoort tot de kleine Syrisch-orthodoxe gemeenschap in Noord-Irak, die naar schatting slechts 7000 leden telt. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de positie van deze gemeenschap en de vraag of eiser voldoende banden heeft met Noord-Irak om daar toegang tot basisvoorzieningen te verkrijgen.
De rechtbank stelde vast dat de beleidswijziging niet zonder meer kon leiden tot intrekking van de vvtv zonder ambtshalve onderzoek naar een vergunning tot verblijf zonder beperkingen. Gelet op het zorgvuldigheidsbeginsel had verweerder dit moeten doen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de intrekkingsbeschikking, en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekking van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf en veroordeelt verweerder in de proceskosten.