ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5460
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Roché
- Rechtspraak.nl
Beoordeling klaagschrift tegen uitvoering rechtshulpverzoek Britse autoriteiten inzake telefoontaps
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het klaagschrift van een klager tegen het voornemen van de officier van justitie om te voldoen aan een rechtshulpverzoek van de Britse autoriteiten, waarbij telefoontaps verkregen onder artikel 125g (oud) Sv zouden worden overgedragen. De rechtbank oordeelde dat klager ontvankelijk is in zijn klaagschrift, ondanks het ontbreken van een expliciete wettelijke beklagmogelijkheid tegen rechtshulpverzoeken.
De rechtbank overwoog dat het ontbreken van een wettelijke beklagmogelijkheid een lacune vormt die onaanvaardbaar is vanuit rechtsbescherming. Daarom werd aansluiting gezocht bij het beklagrecht zoals geregeld in artikel 552p en 552a Sv. De rechtbank stelde dat voor het afgeven van processen-verbaal en andere voorwerpen aan buitenlandse autoriteiten, ook als deze vóór 1 februari 2000 zijn verkregen onder artikel 125g (oud) Sv, verlof van de rechtbank vereist is.
Het verzoek van klager om inzage in het rechtshulpverzoek werd afgewezen vanwege het vertrouwelijke karakter en het belang van het Britse onderzoek. Ook het verzoek tot aanhouding van de behandeling werd afgewezen omdat de raadsman voldoende tijd had gehad. De rechtbank verklaarde het klaagschrift gegrond voor zover gesteld werd dat geen uitvoering mag worden gegeven aan het rechtshulpverzoek zonder verlof, maar wees de overige verzoeken af.
Uitkomst: Het klaagschrift is gegrond verklaard voor het vereiste van verlof van de rechtbank voordat aan het rechtshulpverzoek uitvoering wordt gegeven.