ECLI:NL:HR:2003:AF6596
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake rechtshulpverzoek en rechterlijk verlof
Betrokkene had bij de rechtbank te 's-Gravenhage een klaagschrift ingediend waarin werd gesteld dat aan een rechtshulpverzoek geen uitvoering mocht worden gegeven zonder voorafgaand rechterlijk verlof. De rechtbank verklaarde dit deel van het klaagschrift gegrond en wees de overige verzoeken af.
Betrokkene stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk onderzocht en geoordeeld dat het systeem van Titel X van Boek IV van het Wetboek van Strafvordering slechts vereist dat rechterlijk verlof wordt verkregen bij de afgifte van gegevens die zijn vergaard ter uitvoering van een rechtshulpverzoek.
De Hoge Raad stelde vast dat de afgifte van gegevens die al in het kader van een Nederlands strafonderzoek waren verzameld niet afhankelijk is van een dergelijk verlof. Ook voorziet de wet niet in een beklag tegen het voornemen van de Officier van Justitie om deze gegevens af te geven.
Daarom oordeelde de Hoge Raad dat de rechtbank ten onrechte betrokkene ontvankelijk had verklaard in zijn klaagschrift en dat betrokkene niet ontvankelijk is in het cassatieberoep. De Hoge Raad vernietigde de bestreden beschikking en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank.