ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5121
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Iraakse ouders en beoordeling medische verblijfsgrond dochter
Eisers, Iraakse ouders, vroegen toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning aan, welke door de overheid werden afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid. De rechtbank oordeelt dat hun relaas over vervolging in Irak niet geloofwaardig is en dat er geen rechtsgrond bestaat voor vluchtelingenstatus. Ook het beroep op humanitaire gronden wordt verworpen.
De medische situatie van hun in Nederland geboren dochter, die na het bestreden besluit bekend werd, kan niet worden betrokken bij de beoordeling van de verblijfsaanvragen van de ouders. De rechtbank benadrukt de strikte scheiding tussen asiel- en reguliere verblijfsvergunningen en stelt dat een zelfstandige aanvraag voor verblijf op medische gronden door de dochter vereist is.
De rechtbank concludeert dat geen van de door eisers aangevoerde feiten en omstandigheden voldoende zijn om verblijf in Nederland te rechtvaardigen. De beroepen worden ongegrond verklaard en de eisers worden verplicht Nederland te verlaten zodra de voorlopige voorziening vervalt.
Uitkomst: De beroepen van de Iraakse ouders tegen de afwijzing van hun asielaanvragen worden ongegrond verklaard en hun verblijfsvergunningen niet verlengd.