ECLI:NL:RBSGR:2001:AD3261
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling procesbelang en inhoudelijke toetsing asielaanvraag Afghaanse vreemdeling na inwerkingtreding Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Afghaanse vreemdeling, heeft een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend en een voorwaardelijke vergunning tot verblijf ontvangen onder de oude Vreemdelingenwet. Na de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 stelt eiser dat hij belang heeft bij vaststelling dat hij vóór 1 april 2001 aanspraak had op toelating als vluchteling of een verblijfsvergunning zonder beperkingen, omdat deze onder de nieuwe wet automatisch zou zijn omgezet in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De rechtbank onderzoekt het procesbelang en concludeert dat eiser dit belang heeft, omdat het beginsel van eerbiedigende werking in het vreemdelingenrecht geldt en de nieuwe wet geen expliciete wijziging van dit beginsel beoogt. Verweerder stelt dat na inwerkingtreding van de nieuwe wet alleen verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd kunnen worden verleend, maar de rechtbank volgt dit niet volledig.
Inhoudelijk beoordeelt de rechtbank het asielrelaas van eiser, waaronder zijn lidmaatschap van de Democratische Volkspartij van Afghanistan, zijn arrestatie en ontsnapping in 1996, en de bedreigingen door de Taliban. De rechtbank acht de verklaringen van eiser deels tegenstrijdig en onvoldoende aannemelijk dat hij gegronde vrees voor vervolging heeft. Ook is geen sprake van schending van artikel 3 EVRM Pro of andere humanitaire gronden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van vluchtelingstatus en humanitaire gronden.