ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1175
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stelling aanvraag verblijfsvergunning
Verzoeker, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, diende een aanvraag in voor een vergunning tot verblijf vanwege klemmende redenen van humanitaire aard. Deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld door de korpschef wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verzoeker baseerde zijn aanvraag met name op asielgerelateerde gronden, maar had bewust geen asielaanvraag ingediend bij het aanmeldcentrum, zoals wettelijk vereist.
De rechtbank overwoog dat de Leemtewet vereist dat vreemdelingen die bescherming zoeken een enkelvoudige asielaanvraag moeten indienen. De korpschef is niet bevoegd om zelfstandig te beoordelen of een beroep op artikel 3 EVRM Pro (verbod van onmenselijke behandeling) vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigt. Verzoeker had geen geldige mvv en ook geen vrijstellingsgrond aangevoerd. De aanvraag kon daarom terecht buiten behandeling worden gesteld.
Verzoeker voerde een beroep op de hardheidsclausule, maar dit werd verworpen omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor de enkelvoudige asielprocedure bij het aanmeldcentrum. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar tegen de buiten behandeling stelling geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het bezwaar tegen de buiten behandeling stelling van de aanvraag is ongegrond verklaard.