ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1173
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij aanvraag verblijfsvergunning en naturalisatie
Eiser, gehuwd op 13 juni 1997 met een Marokkaanse vrouw, diende op 17 juni 1997 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning (vtv) om bij zijn echtgenote te verblijven. De echtgenote werd op 1 december 1998 genaturaliseerd tot Nederlander. Eiser kreeg uiteindelijk op 5 maart 1999 de gevraagde verblijfsvergunning toegewezen.
Eiser stelde in beroep dat hij procesbelang had bij een eerdere datum van verlening van de vtv, omdat dit hem zou kunnen helpen om eerder voor naturalisatie in aanmerking te komen. De rechtbank oordeelde echter dat eiser geen procesbelang meer had, omdat hij ook met de huidige vergunning een verzoek om naturalisatie kan indienen. Volgens artikel 8 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap en de bijbehorende handleiding kan een vreemdeling die ten minste drie jaar getrouwd is met een Nederlander een verzoek tot naturalisatie indienen, ongeacht wanneer de echtgenoot genaturaliseerd is.
De rechtbank concludeerde dat het huwelijk van eiser op 13 juni 2000 drie jaar had geduurd, en dat hij vanaf dat moment een verzoek tot naturalisatie had kunnen indienen. Omdat eiser geen ander belang had gesteld, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.