ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0629
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing naturalisatie wegens onterecht verblijfsoordeel
Eiser verzocht om naturalisatie tot Nederlander, maar dit verzoek werd afgewezen op grond van bedenkingen tegen zijn verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland. Eiser beschikte over een verblijfsvergunning voor arbeid als godsdienstleraar, met de aantekening dat arbeid vrij was toegestaan zonder tewerkstellingsvergunning. Verweerder stelde dat deze vergunning ten onrechte was afgegeven en dat eiser een tewerkstellingsvergunning nodig had.
De rechtbank oordeelde dat de vergunning van eiser niet als tijdelijk kon worden aangemerkt en dat de wettelijke bepalingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) een vrijstelling van de tewerkstellingsvergunning voorschrijven na drie jaar ononderbroken verblijf. Tevens ontbraken feiten die bedenkingen tegen het verblijf van eiser rechtvaardigen. De beleidsregels omtrent godsdienstleraren konden dit niet wijzigen.
Verder stelde eiser dat verweerder de hoorplicht had geschonden, omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De rechtbank stelde vast dat verweerder ten onrechte van het horen van eiser had afgezien. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van 25 mei 2000 gegrond, vernietigde het besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het naturalisatieverzoek is vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.