ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0324
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. de Lange
- W.C.E. Winfield
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bestreden besluit geweigerd verblijfsvergunning voor Iraakse asielzoeker met vestigingsalternatief Noord-Irak
Eiser, een Iraakse Koerd uit Centraal-Irak, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Verweerder wees dit af wegens kennelijke ongegrondheid en stelde dat Noord-Irak als vestigingsalternatief kon dienen. Eiser voerde aan dat hij geen banden met Noord-Irak heeft en vreest vervolging vanwege zijn familiebanden met de PUK en zijn eerdere werkzaamheden voor de Iraakse autoriteiten.
De rechtbank onderzocht de situatie in Noord-Irak en concludeerde dat er een georganiseerde Koerdische maatschappij is met voldoende basisvoorzieningen en dat eiser vanwege zijn Koerdische afkomst geacht kan worden gemeenschapsbanden te hebben. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte geen rekening had gehouden met het belang van familie- en gemeenschapsbanden bij het tegenwerpen van het vestigingsalternatief.
Verder stelde de rechtbank vast dat verweerder ten onrechte van het horen van eiser was afgezien, omdat het bezwaar een redelijke kans van slagen had. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank achtte dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd omdat Noord-Irak als vestigingsalternatief geldt voor eiser.