ECLI:NL:RBSGR:2000:AA8401
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. de Loor
- T.M.A. Claessens
- J.L. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Strijd met EG-Richtlijn 79/7: beperking WW-uitkering wegens zwangerschap onrechtmatig
Eiseres ontving vanaf 1 juni 1998 een WW-uitkering die werd beëindigd op 15 juni 1998 vanwege zwangerschaps- en bevallingsuitkering ex artikel 29a ZW. Na afloop van deze periode herleefde het WW-recht op 5 oktober 1998, maar de uitkeringsduur werd met drie maanden verkort op grond van artikel 43, tweede lid, WW (oud). Eiseres stelde dat deze beperking in strijd was met het discriminatieverbod van artikel 4, eerste lid, EG-Richtlijn 79/7.
De rechtbank oordeelde dat de toepassing van artikel 43, tweede lid, WW (oud) ertoe leidt dat zwangere en net bevallen vrouwen gelijk worden gesteld aan zieke werknemers, wat volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen ontoelaatbare discriminatie inhoudt. Dit is in strijd met het verbod op discriminatie op grond van geslacht in de duur van uitkeringen.
Verweerder stelde dat eiseres niet in een nadeliger positie was omdat zij langer uitkering ontving dan zonder zwangerschap, maar de rechtbank verwierp deze redenering omdat het discriminatieverbod niet kan worden opgeheven door voordelen uit andere regelingen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt dat nationale wetgeving die zwangere vrouwen in de uitkeringsduur beperkt vanwege zwangerschap onverenigbaar is met Europese richtlijnen en dat dergelijke bepalingen buiten toepassing moeten blijven.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens strijd met het discriminatieverbod van EG-Richtlijn 79/7.