Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen de GI.
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van de Raad met bijlagen, van 2 juli 2025 ontvangen op 4 juli 2025;
- het bericht van de Raad van 16 juli 2025;
- het e-mailbericht van de vader met zelfstandige verzoeken van 17 juli 2025;
- het e-mailbericht van de vader van 18 juli 2025;
- het e-mailbericht van de vader van 19 juli 2025;
- het e-mailbericht van de vader van 28 juli 2025;
- het e-mailbericht van de vader van 29 juli 2025;
- het e-mailbericht van de vader met bijlagen, ontvangen op 1 augustus 2025;
- de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 10 september 2025:
- het e-mailbericht van de vader van 16 september 2025;
- het e-mailbericht van de vader van 24 september 2025;
- het bericht van de Raad van 7 oktober 2025;
- het e-mailbericht van de vader van 13 oktober 2025 met bijlagen;
- het e-mailbericht van mr. R. Feiner, advocaat van de vader van 14 oktober 2025;
- het e-mailbericht van mr. Vos van 14 oktober 2025;
- het e-mailbericht van de vader van 15 oktober 2025;
- het e-mailbericht van de vader, ontvangen op 21 oktober 2025
- het e-mailbericht van de vader van 22 oktober 2025;
- het bericht van de Raad van 23 oktober 2025;
- het e-mailbericht van de vader van 27 oktober 2205;
- het e-mailbericht van de vader van 28 oktober 2025;
- het bericht van mr. Feiner van 28 oktober 2025, inhoudende onttrekking;
- het e-mailbericht van de vader van 30 oktober 2025;
- het e-mailbericht van de vader van 2 december 2025 met bijlagen;
- het e-mailbericht van de vader van 4 december 2025;
- het e-mailbericht van de vader van 9 december 2025;
- de stelbrief van mr. F.G.T. van Meershoek, advocaat van de vader;
- het e-mailbericht van de vader van 15 december 2025 met bijlagen;
- gewijzigd verzoekschrift van de Raad van 23 december 2025 met bijlagen;
- het bericht van mr. Van Meershoek van 19 januari 2026, inhoudende onttrekking;
- het verweerschrift van de vader tevens zelfstandige verzoeken, met bijlagen van 19 februari 2026;
- het e-mailbericht van de vader van 23 februari 2026;
- F9 formulier van mr. Vos; van 24 februari 2026;
- de beschikking van de wrakingskamer van 1 april 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
- het bericht van mr. Vos van 7 april 2026;
- het e-mailbericht van de vader van 8 april 2026;
- het e-mailbericht van de vader van 13 april 2026.
2.De verdere feiten
3.De (aangehouden) verzoeken
naar de rechtbank begrijpt– artikel 810a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering en dat een onafhankelijke derde de omgang met [minderjarige] begeleidt met de moeder en met de vader.
.De moeder verzoekt:
I.
Het gezamenlijk gezag te beëindigen en te bepalen dat de vrouw voortaan alleen
het gezag uitoefent over [minderjarige];
subsidiair het hoofdverblijf van [minderjarige] te bepalen bij de vrouw.
II.
Het vonnis van de rechtbank van 1 februari 2023 te wijzigen in die zin dat de
man het recht op omgang met [minderjarige] wordt ontzegd;
subsidiair dat het wijkteam de regie krijgt over de vaststelling en uitvoering van de zorgregeling/omgangsregeling tussen de man en [minderjarige].
4.De standpunten
Aan de wettelijke gronden voor een gezagsbeëindiging wordt niet voldaan. Er is strijd met artikel 8 EVRM Pro. Dat de ouders niet op een lijn liggen, is geen grond om het gezag van de vader te beëindigen, dat volgt ook uit de internationale jurisprudentie. Een gezagsbeëindiging zou ook schadelijk voor [minderjarige] zijn. Er moeten goede voorwaarden aan de ouders worden opgelegd. De vader heeft [minderjarige] nu bijna een jaar niet gezien. Over de omgang merkt de vader op dat de omgang hem niet kan worden ontzegd, omdat die omgang er feitelijk niet is. De vader voelt zich gechanteerd en gediscrimineerd vanwege zijn geloof.
De moeder accepteert het geloof van de vader niet. Als hij niet doet wat de instanties zeggen, ziet hij zijn kind niet. [minderjarige] heeft haar hele leven bij de vader gewoond. Zij is gewoonweg ontvoerd. De rapporten zijn op niets gebaseerd. Er is valsheid in geschrifte gepleegd door de Raad. De vader heeft wel hulp gezocht. De vader weigert ook geen hulp. De vader ontvangt wekelijks thuiszorg in het kader van de WMO. De vader wordt gestraft voor iets dat hij niet heeft gedaan. De vader verzoekt om een contra-expertise. De vader wil nader onderzoek, alleen niet door het KSCD. De vader heeft de GI talloze andere opties voorgehouden van organisaties die onderzoek kunnen doen. Daar is geen gehoor aan gegeven. De rechtbank kan daar nu een opdracht toe geven. Er wordt niet gekeken naar het belang van [minderjarige], iedereen is op de hand van de moeder. Er zijn valse uitlatingen gedaan over het stalkingsproctocol. Het is allemaal onzin, de moeder is geen slachtoffer. Iedereen jaagt op de vader, zoals de politie en Veilig Thuis. Als de vader niet voor [minderjarige] mag spreken, dan moet er iemand anders voor haar optreden. De vader verzoekt daarom om een bijzondere curator voor [minderjarige] te benoemen, die als onafhankelijke derde naar de zaak kijkt.
5.De beoordeling
De insteek van de rechtbank is steeds geweest dat het voor de verdere ontwikkeling van [minderjarige] van belang is dat beide ouders op gelijkwaardige wijze bij haar betrokken blijven. In haar beschikking van de rechtbank van 6 juli 2023 heeft de rechtbank een verzoek van de Raad om het gezag van de ouders te beëindigen en de verzoeken van respectievelijk de vader en de moeder om over en weer het gezag te beëindigen afgewezen. De rechtbank gaf in haar beschikking aan dat zij het in het belang van [minderjarige] vond dat “
de ouders gaan samenwerken, hun communicatie gaan verbeteren en werken aan gezamenlijke invulling van het ouderschap”. Een gelijkwaardige positie is ook doorgevoerd in de beslissing van de rechtbank van 8 april 2025 om het gezag van beide ouders te schorsen, om op die wijze een doorbraak in de impasse te forceren. De rechtbank moet constateren dat alle voorgaande beslissingen helaas niet tot een wezenlijke verandering hebben geleid in hoe de ouders zich tot elkaar verhouden. [minderjarige] blijft klem zitten in de strijd en moet laveren tussen de heftige emoties van haar vader en die van haar moeder, waarvan zij nu zij inmiddels bijna 8 jaar is, zich steeds meer van bewust wordt.
“Als het gezamenlijk gezag dan wel de uitvoering daarvan zodanige belastende conflicten of problemen oplevert voor het kind dat deze, op zichzelf of in combinatie met andere omstandigheden, een ernstige bedreiging opleveren voor diens ontwikkeling, is een gezagsbeëindiging in een complexe scheiding gerechtvaardigd.”Voor zover de vader heeft willen betogen dat indien zijn gezag wordt beëindigd, ook het gezag van de moeder dient te worden beëindigd, ziet de rechtbank daarvoor geen gronden. De moeder werkt mee aan alle hulpverlening en er zijn geen zorgen over de opvoedsituatie die zij [minderjarige] biedt.
De rechtbank voegt hieraan toe dat in een eerdere procedure al is gebleken dat er geen andere gecertificeerde instelling bereid was de destijds lopende ondertoezichtstelling over te nemen. De moeder accepteert alle hulpverlening in het vrijwillig kader. De moeder en [minderjarige] worden begeleid door Driehoekszorg. Ook dit maakt dat een ondertoezichtstelling op dit moment niet nodig is.
De overige zelfstandige verzoeken van de vader
6.De beslissing
[naam vader], geboren op [geboortedatum 2] 1986 in [geboorteplaats 2], over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ([geboorteland]), waardoor voortaan alleen de moeder het ouderlijk gezag over deze minderjarige uitoefent;
C/10/712497 JE RK 25-2698
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.