ECLI:NL:GHAMS:2018:1469
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezagsbeëindiging vader wegens ernstige bedreiging ontwikkeling minderjarige
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank die het gezamenlijk gezag over zijn minderjarige dochter beëindigde. De minderjarige is sinds 2014 onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling en woont bij de moeder. De omgang tussen vader en dochter is sinds september 2016 gestaakt.
De vader betwist dat zijn gezag beëindigd moet worden en stelt dat de gedragsproblemen van de minderjarige voortkomen uit zijn afwezigheid en de gespannen communicatie met de moeder. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling stellen dat het gezag van de vader beëindigd moet worden vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige, veroorzaakt door de conflicten tussen de ouders en de psychiatrische problematiek van de vader.
Het hof overweegt dat de minderjarige een posttraumatische stressstoornis en sociale fobie heeft, dat de vader niet in staat is hulpverlening te accepteren en opvoedingsadviezen op te volgen, en dat de situatie leidt tot een onveilige en instabiele opvoedingssituatie. Het hof bevestigt dat het gezag van de vader terecht is beëindigd omdat de vader niet binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid kan dragen en de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de vader over de minderjarige wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling.