Eiseres heeft kunststof kozijnen geplaatst zonder de vereiste omgevingsvergunning, terwijl zij een vergunning had voor houten kozijnen. Het college legde een last onder dwangsom op om de kunststof kozijnen te verwijderen en houten kozijnen te plaatsen. Eiseres had op het moment van het bestreden besluit nog geen definitieve vergunningaanvraag ingediend, alleen een conceptaanvraag, waarop het college negatief adviseerde.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college bevoegd was tot handhaving en dat er geen concreet zicht op legalisatie was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de toezichthouder geen toezegging deed dat handhaving achterwege zou blijven. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel wordt verworpen, mede vanwege het negatieve advies van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit.
Wel is de begunstigingstermijn te kort geacht vanwege de feestdagen en praktische uitvoerbaarheid. De termijn wordt daarom met vier maanden verlengd. Omdat het beroep gegrond is verklaard, wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Het college moet het betaalde griffierecht vergoeden.