Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 10 juli 2025;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen van de man, ingekomen op 9 februari 2026;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 18 maart 2026;
- de berichten met bijlagen van de vrouw en de man van 18 mei 2026;
- het bericht met bijlagen van de vrouw van 20 mei 2026.
- de vrouw, bijgestaan door mr. E.C.A.E. Verschuren namens haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), als adviseur, vertegenwoordigd door [naam 3] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
Aanleiding voor deze procedure is dat de minderjarige in september naar de basisschool gaat en het co-ouderschap vanaf dat moment niet meer uitvoerbaar is door de afstand tussen de verschillende woonplaatsen van partijen. Gelet op het feit dat bij toewijzing van het verzoek van de vrouw, de minderjarige ruim 70 kilometer zou verhuizen, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw, als een gezagsgeschil zoals bedoeld in artikel 1:253a BW, behandelen aan de hand van de nagenoemde criteria van de Hoge Raad voor vervangende toestemming voor een verhuizing.
- de noodzaak om te verhuizen;
- het aanbieden van alternatieven of compensatie voor de verminderingen van de contactmogelijkheden met de andere ouder;
- de rechten van de andere ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in een vertrouwde omgeving;
- de frequentie van het contact tussen de minderjarige en de andere ouder voor en na de verhuizing;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg;
- de mate waarin ouders nog in staat zijn tot overleg.
Het is de keuze van de vrouw geweest om naar [locatie 1] te verhuizen en haar leven daar verder voort te zetten. Dat het feit dat de minderjarige in september naar de basisschool zal gaan ervoor zorgt dat er geen gelijkwaardige verdeling van de zorg meer kan zijn, hoort naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet voor rekening van de man te komen. De man heeft bovendien gemotiveerd betwist dat hij onvoldoende in staat is zorg te dragen voor de minderjarige. Hij heeft met zijn werkgever afspraken kunnen maken over flexibele uren en thuiswerken, indien de zorg voor de minderjarige op doordeweekse dagen volledig bij de man komt te liggen. De man is op maandag vrij en heeft ook op woensdag en vrijdag de mogelijkheid om de minderjarige zelf uit school te halen. Op dinsdag en donderdag kan de vader van de man dit voor zijn rekening nemen. De vader van de man is ook al geruime tijd betrokken in het leven van de minderjarige; in de door partijen overeengekomen zorgregeling in het ouderschapsplan was ook al een rol voor de vader van de man weggelegd. Van een situatie waarin de man de zorg doordeweeks niet kan dragen, is dus geen sprake. De rechtbank acht het dan ook het meest in het belang van de minderjarige om in haar vertrouwde omgeving te blijven wonen.
- primair de minderjarige gedurende een weekend per veertien dagen bij de vrouw zal verblijven van vrijdag 14:00 tot zondag 17:00 uur, alsmede tijdens de helft van de vakanties en feestdagen (in onderling overleg tussen ouders te verdelen), waarbij de vrouw zorgt draagt voor het halen en brengen van de minderjarige;
- of subsidiair, voor het geval de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw wordt bepaald, dat de minderjarige eens per twee weken een weekend van vrijdag 17:00 uur tot zondag 17:00 uur bij de man zal verblijven en in de tussenliggende weekenden van zaterdag 17:00 uur tot zondag 17:00 uur, alsmede gedurende de hele voorjaars- en herfstvakantie, de helft van de mei-, zomer- en kerstvakantie, alsmede op alle feestdagen behoudens kerst en oud en nieuw (die wel bij helfte zullen worden verdeeld), waarbij de vrouw zorgt draagt voor het halen en brengen van de minderjarige.
- indien de hoofdverblijfplaats bij de vrouw zal worden bepaald met een bedrag van
- indien de hoofdverblijfplaats bij de man zal blijven met een bedrag van € 91,- per maand.
4.De beslissing
- de minderjarige verblijft in de ene week van vrijdag uit school tot zondag 17:00 uur bij de vrouw, waarbij de vrouw de minderjarige ophaalt uit school en de man de minderjarige ophaalt bij de vrouw;
- de minderjarige verblijft in de andere week van vrijdag uit school tot zaterdag 17:00 uur bij de vrouw, waarbij de vrouw de minderjarige ophaalt uit school en terugbrengt bij de man;
- de minderjarige verblijft wekelijks één doordeweekse middag (vanuit school tot 18.00 uur) bij de vrouw, de precieze dag in onderling overleg door partijen te bepalen, waarbij de vrouw de minderjarige ophaalt uit school en terugbrengt bij de man;
- de minderjarige verblijft tijdens de helft van de vakanties en feestdagen bij de vrouw, in onderling overleg door partijen te verdelen;