Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2026 in de zaken tussen
[eiseres], uit [plaatsnaam], eiseres
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, de minister
Procesverloop
Totstandkoming van de bestreden besluiten
€ 35,– vermeerderd met het oorspronkelijke toltarief. De tolheffing en de handhaving hiervan worden geregeld in de Wet tijdelijke tolheffing Blankenburgverbinding en ViA15. [1]
Beoordeling door de rechtbank
“Naar aanleiding van je vraag over de bedragen die staan vermeld als "onbetaald", kan ik je geruststellen. Deze betalingen worden momenteel verwerkt. De status van deze betalingen komt automatisch op "betaald" te staan, dit loopt niet altijd gelijk met de daadwerkelijke afschrijvingen. Je hoeft je dus geen zorgen te maken.”
Nu in dit bericht niet genoemd wordt welke ritten nog onbetaald zijn en alsnog verwerkt worden mocht eiseres hieruit niet afleiden dat voor de betreffende ritten in geding de betalingen nog zouden worden verwerkt. Te meer niet omdat de minister ten tijde van de opschorting van de account van eiseres geen gegevens over door eiseres gemaakte ritten met de dienstaanbieder heeft kunnen delen. Deze ritten waren niet bij de dienstaanbieder bekend en konden dat ook niet zijn. Ook uit het door eiseres overlegde mailbericht van 7 september 2025 heeft zij niet kunnen afleiden dat de dienstaanbieder het toltarief voor de betreffende ritten alsnog zou voldoen. Dit bericht houdt slechts in de bevestiging dat het account was opgeschort tussen 12 en 28 april omdat betaalmethode account niet meer geldig was, met de toevoeging “Ik hoop dat je deze kwestie kunt oplossen met de betreffende instantie”. Bovendien is dit bericht van ruim na de betalingstermijn zoals vermeld in de betalingsherinnering. Eiseres heeft ter zitting ook onvoldoende duidelijk kunnen maken wat er in het telefoongesprek tussen haar en de dienstaanbieder is besproken. De rechtbank is van oordeel dat zij daaraan geen gerechtvaardigde verwachtingen jegens de minister, van wie de betalingsherinnering afkomstig was, heeft mogen ontlenen. Om zekerheid te verkrijgen over de openstaande tolbedragen en de betalingen hiervan had eiseres rechtstreeks contact met de minister moeten opnemen. Omdat de minister de betalingsherinneringen heeft verstuurd, was de minister de partij die eiseres duidelijk had kunnen verschaffen. De rechtbank merkt nog op dat de minister in het verweerschrift heeft opgemerkt dat eiseres van de dienstaanbieder bericht heeft gehad dat het account was opgeschort. Eiseres heeft hierover op de zitting gezegd dat ze daarvan niet op de hoogte was en ook niet heeft kunnen terugvinden, maar dat ze voor elke rit door de tunnel van de dienstaanbieder mailtjes kreeg en een bericht over opschorting haar wellicht is ontgaan.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak 25/7384 ongegrond;
- verklaart de beroepen in de zaken 25/7709, 25/7713 en 25/7715 gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten in de zaken 25/7709, 25/7713 en 25/7715;
- herroept de primaire besluiten in de zaken 25/7709, 25/7713 en 25/7715;
- veroordeelt de minister tot het betalen van de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 21,-.